De stuitligging

Aan het einde van de zwangerschap ligt 95% van de baby's netjes ingedaald in het bekken. Bij de overige 5% gaat het fout, in dat geval ligt de baby in een stuitligging.

Dit is een probleem voor de bevalling want het is belangrijk dat het hoofdje het eerste naar buiten komt. het hoofdje vormt het dikste gedeelte van het lichaampje. Als het hoofdje eenmaal 'geboren' is, komt de rest vanzelf. Maar als de beentjes of billetjes als eerste naar buiten komt wordt het een lastige zaak.

stuitligging

Je baby kan tot week 35 nog zelf draaien in de baarmoeder, maar dat is wel zo ongeveer de laatste week. De week daarna wordt het al een stuk moeilijker doordat je baby groeit. De bewegingsvrijheid is niet meer voldoende om nog goed te kunnen bewegen.

De verloskundige of gynaecoloog kan proberen een uitwendige draaipoging uit te voeren. Dit kan vanaf week 36 gebeuren, zowel thuis of in het ziekenhuis.

Hoe werkt dit?

Je ligt met je blote buikje op de (onderzoeks)tafel, vervolgens zal de verpleegkundige of verloskundige de hartslag van je baby controleren. Daarna neemt hij/zij via je buik de baby buik vast, een hand onder de billetjes en de andere hand bij het hoofdje. Vervolgens probeert de arts/verloskundige je baby in de baarmoeder voorzichtig te draaien zodat het hoofdje naar het bekken gericht is. Deze ingreep zal een paar minuten in beslag nemen, maar zal voor jouw als moeder onaangenaam ervaren worden. Het kan zelfs pijnlijk zijn.
Of deze ingreep slaagt of niet hangt af van een aantal factoren:

  • de grootte van je babystuitligging
  • de positie van de placenta
  • de hoeveelheid vruchtwater in de baarmoeder
  • jouw lichaamsbouw
  • hoe flexibel je baarmoeder is.

De kans van slagen ligt tussen de 35% en 45%. Maar de baby kan dan alsnog terugdraaien in een stuitligging.
Wanneer je baby goed blijft liggen kun je gewoon bevallen. Is dit niet het geval zul je moeten kiezen tussen een vaginale stuitbevalling of een keizersnede. Je gynaecoloog zal je hierin adviseren. Beide bevallingen nemen risico's met zich mee.

Geen keuze

In sommige gevallen is kiezen geen optie meer, dan beslist de gynaecoloog om verder te gaan met een keizersnede:

  • De baby ligt ongunstig
  • het hartritme van je baby is niet goed
  • eerdere ongunstige ontwikkelingen in je zwangerschap

Een keizersnede kan pas plaatsvinden vanaf week 38.

 
Terugkeren naar Tijdens de Zwangerschap